Steeds meer groen

IMG_6379Nu ben ik over het algemeen voor groen; biologisch, vegetarisch, milieu-vriendelijk, dierproefvrij. Dus als dan ook mijn tuin weer groen wordt, ben ik een blij mens. En toen we na een lange winter dan vorige week eindelijk een uitgestelde start van het voorjaar mochten beleven, zag je de lupines en vrouwenmantel een groeispurt maken! De blauwe druifjes laten zich nu van hun mooiste kant zien en de lage vlambloem (phlox subulata) heeft nog maar een dagje zon nodig en dan zal deze ook stralen. Wanneer dat zonnetje weer komt, is nog maar de vraag, want momenteel is het 8 graden en het regent al de hele dag. Dat is natuurlijk wel weer goed voor al dat nieuwe groen……

En volgens mij zijn musjes ook wel gesteld op groen. We hebben ze de hele winter niet gezien en nu onze tuin weer wat kleur krijgt, zie ik ze regelmatig in onze beverboom zitten. Toen ik van de week even in de tuin aan het werk was en een oud blad wegtrok, vloog er verschrikt een nachtvlinder weg. Terwijl ik mijn excuses aanbood, nam deze grijze neef van de vlinder plaats op onze schuurdeur. Even later stond ik mij vanachter het raam te verbazen dat we zoveel musjes in de tuin hadden en juist toen viel mijn oog op een brutale vrouwtjesmus die richting schuurdeur hupte, de weer enigszins tot rust gekomen nachtvlinder wegpikte en deze rustig begon op te peuzelen; “Mijn schuld!!!!”

En er kleeft nog meer bloed aan mijn vingers; juist omdat de lente zich zo laat heeft aangediend, besloot ik ook veel te laat om de druif en kiwi bij te snoeien. En ik hoefde de schaar er maar in te zetten of het vocht liep eruit. Snel op internet opgezocht of ik de pijn nog kon verzachten, maar nee; het zou vanzelf overgaan. Dagenlang heeft de druif gebloed en de kiwi is er gisteren pas mee opgehouden. “Sorry, ik zal leren van mijn fouten en voortaan op tijd of anders helemaal niet meer snoeien”. Het valt niet altijd mee hoor; groen doen.

Schuif maar aan!

IMG_5110Het is Pasen…en het sneeuwt. Gisteren sneeuwde het ook; dikke vlokken kwamen naar beneden. De rechterkant van de tuin, waar de zon weinig schijnt, is wit. Ik zit binnen met twee pyjama-broeken aan, sokken, beenwarmers en een sjaal om. Al twee weekenden snotterend van de verkoudheid. Het lijkt de afgelopen tijd kouder te zijn dan het de gehele winter is geweest. Komt dat omdat ik deze koude niet meer had verwacht, dat ik nu zo verlang naar warmte, dat alles koud aanvoelt zonder zon? Het is in ieder geval maar goed dat ik nog 5 kilo vogelvoer heb gekocht en wat extra pinda-netjes heb opgehangen. Met deze temperaturen blijven de insecten nog even lekker warm waar ze zitten en moeten de vogels het maar uitzoeken. Maar bij ons zitten ze dus nog goed. En dat blijkt.

De gehele familie Vink is momenteel in onze tuin te vinden. Ooms, tantes, neven en nichten hebben zichzelf allemaal uitgenodigd om deel te nemen aan het tuin-banquet. Daar moeten ze echter nog heel wat voor doen. Vanaf een takje prikken ze zaadjes van een vetbol en hangend op de kop eten ze pinda’s uit de netjes. Onderwijl zorgen ze ervoor dat de overige familieleden niet van hun bordje kunnen pikken; iedere indringer wordt bruut weggepikt of achterna gevlogen. Wat kost dit toch allemaal nodeloze energie! Velen kiezen dan ook eieren voor hun geld en huppen vrolijk door de tuin; waar je ook kijkt zie je blauw, rood en bruin gevogelte op zoek naar een zaadje of kruimeltje op de grond.

Ook de kleur geel in vertegenwoordigd; de familie Sijs neemt dagelijks deel aan het vliegend-buffet en zij hebben een redelijke monopolie over de pindanetjes verkregen. Een slimme vink die daar de macht weet over te nemen. Die mooie, gele, slanke vogeltjes houden zo vast aan de pindanetjes, dat ze het niet eens erg vinden als ik van dichtbij door het keukenraam foto’s van ze maak; zolang zij maar kunnen eten, vinden ze het goed. En ze staan er mooi op! Zeker de mannetjes, met hun zwarte pet op. Dat contrasteert zo mooi met het felle geel van de rest van hun lichaam. Zo heel anders dan de vrouwtjes; die zou je in de gauwigheid met een musje of vrouwtjesvink kunnen verwarren. Kijk je nog eens goed, dan zie je dat de sijzinnen een mooie witte borst hebben met zwarte strepen en een spits snaveltje. Ze zijn veel ranker dan de bolle vinkjes en hebben een gele streep op de vleugels. Qua kleurenpracht vallen ze, net als de vinkjes, in het niet bij hun mannetjes, maar zij hoeven immers ook geen indruk te maken; die taak ligt bij de mannetjes. Hoe anders zijn die taken toch verdeeld bij het zoogdieren ras dat mens heet!

Hondenweer

IMG_5379’s Ochtends had ik een afspraak bij de garage voor de APK en toen ik naar de auto liep, moest ik constateren dat er eerst nog wat werk te verrichten was voordat ik kon wegrijden; een dikke laag sneeuw met daaronder een harde laag ijs lagen als gewapend beton op mijn voorruit. Gelukkig was ik dit keer sterker dan beton en even later reed ik verkleumd richting garage. Het mooie van onze garage is, dat deze op loopafstand van ons huis ligt. Je steekt de weg over, zo een wandelpad op en loopt dan door velden en bossen naar huis. En zodra ik het pad oploop, komt er een enthousiaste grote hond op me afgerend en kwispelt en springt om me heen als een warme begroeting. Dan gaat hij er weer gauw vandoor, zijn voetsporen achterlatend in de sneeuw. Want ja, hoe heerlijk het ook was een paar dagen geleden, nu ligt er weer sneeuw.

En er staat een gure wind. Ik heb mijn muts al op maar mijn capuchon is ook geen overbodige luxe. Ik loop met mijn handen op mijn rug, want dan hoor ik mijn mouwen niet langs mijn jas schuren. Bij een nieuwe jas even rekening mee houden dat de stof “geluidsarm” moet zijn. Zonder bijgeluid van mijn jas kan ik genieten van de tsjilpende vogeltjes. Want ook al zegt de temperatuur misschien dat het weer winter is, voor onze gevleugelde vrienden is het voorjaar toch al echt begonnen. Bij ons in de tuin zijn paartjes pimpelmeesjes en koolmeesjes al een aantal keer op inspectie-ronde geweest langs de vogelhuisjes. Wie uiteindelijk de koop zal sluiten, is nog onduidelijk.

Omdat vanuit de oude boerderij de waakhonden goed hun best doen, besluit ik linksaf te slaan en niet door maar langs het bos mijn weg te vervolgen. Ik kijk naar de hoge bomen rechts van de weg en zie dat jongelui in de loop der jaren hun sporen hebben achtergelaten. Een enorme fallus springt je tegemoet. Een souvenir van de Romeinen? Vast niet, zo oud zijn de bomen niet. De maker heeft vast niet voorzien dat deze afbeelding van mannelijke kracht met het groeien van de boom zulke afmetingen zou aannemen. En dan zie ik op een volgende boom een datum; 24-03-1947. Het raakt me. Een paar jaar na de oorlog heeft hier iemand waarschijnlijk zo iets moois beleefd, dat hij of zij het de moeite waard vond om de datum vast te leggen. Zou het een lid van de scouting zijn geweest? Stond het scouting-gebouw hier toen al? Wat voor weer was het toen? Zou het een prachtige voorjaarsdag zijn geweest of wellicht memorabel koud? Het intrigeert me en ik ga op 24-03-2013 terug om te zien wat voor weer het dan is.

Ik loop door en word wederom begroet door een hond; ditmaal formaat schoothond met een veel te grote tennisbal in zijn bek. Hij laat zich welwillend aaien en als zijn bazinnetje voorbij loopt, rent hij gauw met haar mee. Rechts in de haag zie ik roze puntjes aan de taken. Zouden de knopjes hun groei even hebben stilgezet vanwege deze plotselinge koude, of zijn ze op hun weg naar volmaakte bloei niet meer te stuiten? Ik trek mijn capuchon nog dichter over mijn hoofd en kijk om me heen. In de verte zie ik drie kraaien over het donkere, bladerloze bos vliegen. Een prachtig gezicht met op de voorgrond het zand-gele veld vol verdord koolzaad dat door een waterig zonnetje wordt beschenen. Een valkje blijft even bidden en vliegt dan weer snel weg; vast te koud om te lang op een plek te blijven hangen. Dat doe ik dan dus ook maar niet en loop stug door. Eenmaal binnen zie ik op het dak van de overburen een valkje zitten; zou het hetzelfde valkje zijn van net, lekker warm bij de schoorsteen?

Maart roert zijn staart

IMG_5260Er was mooi weer voorspeld en als ik ‘s ochtends de deur opendoe, snuif ik de frisse, doch zachte voorjaarslucht op. Heerlijk, een geur die de afgelopen weken al een paar keer voorbij was gekomen en zich nu in zijn volledigheid aanbiedt. Zal ik de deur lekker open laten? Ja, maar de verwarming staat aan. Zal ik die dan maar uitzetten? Nou, liever niet, want zo warm is het nu ook weer niet binnen. Gewoon lekker buiten zitten, vlak bij de keukendeur, want daar zit je in de zon en uit de wind. En juist als ik een eettafelstoel wil pakken, bedenk ik me dat de kampeerstoelen die ik die week bij de kringloop heb gekocht, nog in de gang staan. Ideaal, met een luie stoel in het voorjaarszonnetje!

Ik pak mijn boek over een huis in Toscane en droom lekker weg. Dan landt er plotseling een vlieg op mijn boek. “He, jongen, ben jij er ook weer!” en ik geniet van het kleine leven dat de winter heeft overleefd en nu tevreden in het zonnetje rondvliegt. Ik kijk de tuin in, op zoek naar meer vliegend leven. En hier en daar zie ik inderdaad andere kleine en grotere vliegen hun vleugels spreiden. Mijn spijkerbroek voelt warm aan in de zon; bijna te warm. Maar ik ga natuurlijk niet klagen!  Nog even luieren en dan pak ik mijn tuinhandschoenen en schep, want ik moet nog wat planten in de tuin zetten. Maar ja, dan moet ik natuurlijk eerst kijken waar ik wat al heb staan en dat betekent dat ik het bruine beschermlaagje van dode bladeren en takjes moet weghalen. “Ach, het zal nu toch wel voorjaar blijven,” lieg ik tegen mezelf. Want ik weet best dat we nog heel wat koude kunnen krijgen, hoewel ik het me zo in het zonnetje helemaal niet kan voorstellen.

Eigenlijk kan ik me alleen maar verwonderen over al het nieuwe leven; de phloxen hebben hun fel groene kopjes al boven de donkere aarde uitgestoken en zelfs de monnikskappen, die amper zon hebben gezien de afgelopen periode, laten al weten dat ze klaar zijn voor het nieuwe seizoen. Na de achtertuin is de voortuin aan de beurt. Met een vriendin kwamen we tot de conclusie dat mijn salvia toch wel erg uit de kluiten gegroeid was en dus heb ik de grote snoeischaar gepakt en beetje bij beetje de veel te grote en verhouten struik gedemonteerd. Tussen de takken kon ik nieuwe scheuten ontwaren en uiteindelijk heb ik op een aantal plekken in de tuin stekjes van de grote moederplant een nieuw kans tot leven gegeven.

Onderwijl komen mereltjes mij vergezellen, want waar mensen in de grond aan het wroeten zijn, zijn wormen. Ik schep per ongeluk een grote worm op en gooi hem verderop de tuin in. Hoewel ik me enigszins schuldig voel, zie ik de merels al dichterbij komen. Tja, de een z’n dood is de ander z’n brood, zullen we maar zeggen. Het eerste mereltje hupt zo over de worm heen, maar zijn concurrent heeft hem in het oog en hup, prikt dat arme schepsel zo tussen zijn snavel. Dat zint merel 1 natuurlijk niet, dus jaagt hij merel 2 weg, die van schrik de ten dode opgeschreven worm laat vallen. In het dierenrijk geldt nog altijd het recht van de sterkste….

….en het recht van de slimste. Want wat zit de natuur toch slim in elkaar. Die vrolijk gekleurde krokusjes laten in het eerste warme zonlicht hun hart zien en dat doen ze echt niet voor ons. De blaadjes worden wijd verspreid; een mooie landingsbaan voor de nog slaperige bijen, die door de al krachtige zonnestralen uit hun winterslaap zijn ontwaakt. En hoe mooi is het dan dat er tegelijkertijd eten voor je klaar ligt! Voor even dan……want hoe heerlijk het geluid van zoemende bijtjes ook was, dat gelukzalige moment was maar voor even. De voorspellingen konden vanmorgen namelijk niet meer genegeerd worden; een witte wereld. Die arme krokusjes hebben een witte hoed gekregen, sommige hangen er slap bij. En waar zijn de bijtjes en de lieveheersbeestjes? Weer terug in hun warme holletjes. Gelukkig heb ik de dorre bladeren en ander tuinafval nog buiten op een hoop liggen; een goede schuilplek voor alle diertjes die ik zo bruut verstoord heb op die prachtig mooie voorjaarsdagen.